|
BIJDRAGE TOT DE GENEALOGIE VAN BET GESLACHT DETIGER II
Uitgaande van mijn bericht december 1974 waarin de afstamming van
het uit Elsloo stammende geslacht Detiger, eertijds de Tiège enz.
genaamd, werd behandeld, werd dit onderzoek in
de
loop van dit jaar voortgezet.
Een
groot aantal protocollen uit het zogenaamde Heerlijkheids archief
van Elsloo aanwezig op het Rijksarchief van Limburg te Maastricht
werden op dit onderwerp doorgenomen over de periode 1612-1790. Een
vijftiental aktes die betrekking hebben op de familie Detiger werden
gevonden en overgenomen. Een aantal hieruit blijkende gegevens geven
aanleiding om de oudste gegevens van de stamreeks te herzien.
Tevens werd een bezoek gebracht aan de Luikse gemeente Henri
Chapelle (zie het vorige bericht), alwaar op het kerkhof het
familiewapen van een Belgische familie de Tiège voor zou komen. Dit
blijkt inderdaad het geval te zijn. Deze op een marmeren
grafmonument voorkomende versiering is echter door slijtage niet
meer zichtbaar. Bij navraag aldaar kon worden vastgesteld dat
familieleden van de begraven personen nog thans woonachtig zijn in
het naburige Welkenraedt. Madame Marie de Tiège op het adres Rue
Mitoyenne 153 die door mij werd bezocht, bleek in het bezit te zijn
van genealogische aantekeningen omtrent haar familie en kon tevens
een afbeelding laten zien van het door deze notarisfamiIie gevoerde
wapen. Deze gegevens konden door mij worden geraadpleegd. Van enige
relatie met de naamgenoten te Elsloo, of gelijke voornamen, is mij
niets gebleken. De stamvader van dit geslacht was een zekere Jean de
Tiège die leefde in de jaren 1595-1686 te Henri-Chapelle, alwaar hij
drossaard was. De familie heeft tot heden, zij het wat verarmd
volgens mevr. de Tiège, een aanzienlijke status kunnen handhaven.
Het wapen van deze familie kan als volgt worden beschreven: gedeeld:
I. een zwarte dwarsbalk, de bovenste helft van
het
schild in blauw drie gouden zespuntige sterren, de beneden helft in
zilver een gaande zwarte haan rood gekamt, gebekt en gepoot; II.
doorsneden A. in rood een zilveren wereldbol, gekruist en omgord van
goud, B. in groen een gaande roodgetongde gouden leeuw. Helmteken:
een gouden uitkomende leeuw. Dit wat overdadige wapen, mogelijk
samengesteld uit de wapens van ingetrouwde families, komt voor op
een schilderij uit 1908. Dit wapen werd en wordt nog thans door de
leden van de familie gevoerd. Mogelijk was alleen de eerste helft
van het schild het oorspronkelijke wapen van deze familie de Tiège.
Blijkens de Dictionaire Encyclopedique de Geographie Historique du
Royaume de Belgique, komen er in het Franse deel van België
verschiIIende plaatsen met de naam Tige, le Tige, Tiges of Tiège
voor, voornamelijk in de provincie Luik , maar ook in Henegouwen en
Namen. Het is duidelijk dat er evenzoveel families naar deze
plaatsen, vermoedelijk meestal gehuchten, werden genoemd. Een
samenhang tussen deze naamgenoten zal dus zeker niet bestaan.
Een
bekend Belgisch genealogisch tijdschrift L'Intermediaire des
Genealogistes (30 jaargangen) werd doorgenomen op de naam en hieruit
blijkt dat omstreek8 1730 te Hannut (provincie Luik) een zekere
Jean-François Detiège leefde, van hem stammen nakomelingen af. Dit
blijkt uit een boekje "Brieven van mijn grootmoeder Leontine Detiege
vanuit de kostschool in Landen aan haar broeder Victor Detiege, met
een korte genealogische schets van de familie Detiege", door Walter
Buckinx in 1971 uitgegeven (80 pagina's), (L'Intermediaire jaargang
1972 bladzijde 251 en 299). Deze publicatie zou mogelijk via de
bibliotheek van genoemd blad kunnen worden geraadpleegd.
Uit
één en ander lijkt het wel zeer waarschijnlijk dat de familie
Detiger oorspronkelijk afkomstig is uit het land van Luik. Het
onderzoek te Elsloo heeft echter geen aanwijzingen opgeleverd naar
de plaats van herkomst in België. Zoals reeds uit het voorgaande
bericht blijkt, komt de familie vanaf omstreeks 1660 te Elsloo voor.
Aanvankelijk zal men stellig nog niet veel bezittingen aldaar hebben
gehad. Een aanwijzing hiervoor is stellig de omstandigheid dat de
eerste akte vanaf 1612 in het geraadpleegde archief, waarin een
zekere Jan de Tiège voorkomt gedateerd is op 9 januari 1699. Op deze
datum compareerde voor schepenen van de Vrijheerlijckheijt Elsloo:
"Jan
de Tiège neederleggende deese naervolgende acte, en versoeckende
deselve volgens Coustuyme van deesen gerechte, vernieuwet ende
gerealiseer te worden. Hetwelcke hem uyt crachte van de generaele
constitutie daerbij vervatt salvo jure cuius libet is worden
verleent en in hoeden van recht gekeert. Ick ondergeschreven
Hendrick Ghijssen bekenne op en overgedragen te hebben aan mijne
neve Jan de Tiege 53½ cleen roeden landt, geleegen in de Geuens
Delle reijgenoot ter eenre Jan Broerens, ende ter andere Jan
Heijnen. Voor eene sommae van hondertacht gulden". "Van welcken
coopprijs oock bekenne tot mijn vergenoegen voldaen ende betaelt te
wese, en surrogere dienvolgens mijnen voorssegden neve, sijne
teegenwoordighe huijsvrouwe en haerer beijde rechte lijffs erven
overal in mijne plaetse recht ende gerechtheijt
(
Heerlijkheid Elsloo deel 37).
Deze
Jan de Tiege is ongetwijfeld de Joannes Detiche, 1664 - 1722
(generatie II, bericht december 1974), de man die in 1697 met
Cornelia Brorens trouwde. Hendrick Ghijssen (de Baey) van wie hij de
53½ roeden land kocht, zal zijn oom, broer van zijn moeder
Margaretha de Baey, geweest zijn. Uit de akte blijkt verder dat er
op 9 januari 1699 van Jan de Tiege en zijn vrouw twee "rechte
lijffs erven" waren, dus twee nakomelingen (kinderen).
Uit
het doopboek van Elsloo kennen wij echter slechts een zoon Gerardus
Detiche (geboren te 1698), mogelijk werd een ander kind elders
geboren te, of werden echtgenoten zelf bedoeld.
"Op
huyden den 13 juny 1718 compareerde voor mij onderschreven openbaer
notaris binnen Mestrigt resideerende, in presentie van getuygen
naergenoemt, den Eersamen Jan de Tiege inwoonder van Elsloo,
sittende in vollen ehestoel (dus gehuwd met) Cornelia Broerens
(Brorens) sijne huysvrouwe. Den welcke heeft beleden en verclaert
wettelijk opgenomen en ontfangen te hebben uyt handen van S(injeur)
Jan Deur een capitael van vierhondert gulden".
Hij sluit dus een lening en stelt tot onderpand "sijn huys ende
hoff binnen Elsloo voorsegt, gelegen reijgenoot ter eenre de heer
Graeff van Arberg, ter andere sijde de Maese", alsmede zijn
verdere bezittingen. (Heerlijckheijt Elsloo dl. 39).
Op
29 maart 1719 compareerde "de eersame Marten Brorens ongetrout
inwoonder tot Catsop onder Elsloo, denwelcken mitsdesen verclaerde,
ende bekende uytwijsens handtschrifte van den 24 augustus 1718
effectievelijc ende reelijck ontfangen te hebben uyt handen van
jouffrouw Maria Moors oock ongetrouwt borgersse ende inwoonderse
dezer stadt (Maastricht) eene somme capitale van twee hondert gulden.
Alsmede was comparerende Jan De Tiege inwoonder tot Elsloo getrouwd
met de eerbare Cornelia Brorens. Welcke voorsegde beijde
comparanten bekende hoe dat haeren vaeder zaliger Jan Brorens, oock
in sijn leven inwoonder tot Elsloo, van de voorschreven jouffrouwe
(Maria Moors), op den 2den april 1707 deugdelijcken voor gemelde Jan
Detiege ingevolgh acte gepasseert voor wijlen den notaris Veugen,
ende reelijcken, ontfangen hadden eene somme capitael van dryhondert
guldens ad vijff parcent, doende dus voorsegde twee sommen te saemen
vijffhondert guldens. Ende vermits het overlijden der comparantens
respectieve vaeder ende schoonvaeder, de reele goederen op hun sijn
gedevolveert, ende waerover oock alrede scheijdine en deijlinge
gemaeckt hebben ende den eenen nogh den anderen als nu niet in staet
zijnde om de voorschreven twee sommen capitael te kunnen aen de
jouffrouwe rentereditrie rembourseren, Soo is `t dat Marten Brorens
de voorschreven twee sommen, te saemen maeckende vijffhondert
gulden, tot sijnen ende sijner goederen priven laste mits desen
genoemen heeft" enz. " Beloovende den voorschreven Jan de Tiege
sijnen swaeger Marten Brorens over de dryhondert guldens
voorschreven somme capitael, interessen en oncosten tot sijnen
lasten opgenoemen ten allen tijde te sullen ontheffen en
indemniseeren als naer rechten". ( Heerlijckheijt Elsloo dl.
39).
Op
14 januari 1721 compareerde voor schepenen van Elsloo
"Den
Eersamen Jan Detiege in ehe met Cornelia Brorens, dewelcke heeft
bekent vercoght te hebben 102 cleijne roeden ackerlant gelegen aen
de schuthaege aen den Maeterbos, reijgenoten d'armen van Elsloo ende
WiIIem Jansen",
aan Peter Bovens. "Ende vermits den voorschreven Jan Detiege geen
overdraght gedaen heeft aen den voorschreven Peter Bovens ende dat
Dirk Lenaerts bij forme van bescheid heeft de voorschreven
cooppenningen wederom gegeven aen den voorschreven Peter Bovens,
welke cooppenningen door den voorschreven Peter Bovens sijn
ontfangen". (Heerlijckheijt Elsloo dl. 39)
Genealogisch zijn bovenstaande actes voor de familie niet zo
interessant maar zij geven toch een aardige indruk van die tijd.
Kort na 14 januari 1721 is Jan de Tiege te Elsloo in mei 1722
overleden. Het overlijden van zijn vrouw Cornelia Brorens werd
aldaar niet gevonden, in ieder geval stierf zij na 14 januari 1721.
Werd
in 1974 aangenomen dat de stamreeks van de huidige familie Detiger
via bovengenoemde Jan de Tiege (Joannes Detiche) en diens zoon
Gerardus (geboren te in 1698) liep, zo blijkt dat dit op grond van
het thans bekend geworden materiaal niet juist is. In het eerste
rapport werd geen gewag gemaakt van Gerardus Detiche die voor 15
februari 1696 (niet te Elsloo) trouwde met Beatrix Deurlincx. Uit
dit huwelijk werden te Elsloo negen kinderen geboren te in de jaren
1696-1710. Ook van deze Gerardus Detiche werden een aantal akten
gevonden.
Op
27 januari 1713 compareerde te Elsloo "den eersamen Gerard de
Tiege in ehestoel doenmaals met Beatrix Deurlinx". Hij had
omtrent augustus 1711 van Lambrecht Fransen weduwnaar en borger te
Elsloo "een stuck weijde, nu landt groot sesennegentig roeden",
gelegen onder Elsloo gekocht. Hij accepteerde dit land voor zichzelf
en zijn weeskinderen. (Heerlijckheijt Elsloo dl. 39)
Op
9 september. 1715 compareerde de "eersame" Gerard de Tiege
inwoner van Elsloo. Hij verklaarde ten zijnen laste te nemen een
schuldbekentenis groot driehonderd gulden, zijnde geleend geld door
"den eersamen" Jan Deurlinx uit Elsloo, deze had dit geld op
31 maart 1705 ontvangen van juffrouw Magdalena Jaspers te
Maastricht. Tot onderpand voor deze schuld werden een aantal
weilanden gesteld. (Heerlijckheijt Elsloo dl. 39)
Op
12. 4. 1717 compareert te Elsloo Gerard de Tiege. "in ehestoel
met Jenne Werens". Hij leent dan tweehonderd gulden.
Diverse landerijen worden dan met toestemming van zijn kinderen als
onderpand genoemd (dus kennelijk moederlijk erfgoed van Jan
Deurlincx). (Heerlijckheijt Elsloo dl. 39)
Voor schepenen van Elsloo compareerden op 23 juni 1721 "Gerard
de Tiche en Gerard de Tiche den jongen sijne neve (in de
kanttekening van deze acte :”sijn sone" genoemd, een van deze
genoemde relaties is dus de juiste, hetgeen voor de genealogie van
deze familie van belang is), dewelcke verclaeren bij titule van
wettige coop overgedraegen, gecedeert ende getransporteert te
hebben, gelijk sij doen mits desen tot oirbaer profijt, ende in
behoeve van Dirck Lebens sittende in ehestoel met Mechteld Beijs
ende haerder beijder lijffserven, een huys hoff ab- en dependentie
van dyen, gelegen op den berg, reijgenden (dus belend) ter eenre
Mattijs Roch ter andere de erffgenamen Joan Deurlinx". De
verkoopprijs bedroeg 160 gulden. (Heerlijckheijt Elsloo dl. 39)
"Op
heden den 31 meert 1727 ten overstaan van Johannes Fredrix, Joes
Tossaint ende den Licentiaet B. F. Huberti, respectievelijk
schepenen en secretaris deser baronie Elsloo, sijn gecompareert
Maria Detiege oudt 32 jaeren, Gisbertus Detiege oudt 28 jaeren,
Johannes Detiege oudt 27 jaren ende Gerardus Detiege oudt omtrent de
25 jaeren (dus geboren omstreeks 1702), doende visie van eene
volmacht door haaren broeder Christiaan oudt 24 jaaren geschreven en
op haar luydende (een volmacht dus), ende haar fort en sterck
maeckende voor haare onmondige susters Beatrix ende Elisabeth beijde
absent, daer voor caveerende mits desen. Alle kinderen van wijlen
Gerardus Detiege ende Beatrix Deurlincx. "
Deze
personen verkopen uit het bezit van wijlen hun grootvader Jan
Deurlincx, aan het echtpaar Hendrik Martens-Catharina Weimes "een
stuck ackerlants", dit was gelegen "int kuyltgen int ambostervelt".
(Heerlijckheijt Elsloo dl. 41 )
Vooral deze laatste acte is voor de stamreeks van belang, omdat
hieruit blijkt dat uit het echtpaar Gerardus Detiege-Beatrix
Deurlincx omstreeks 1702 een zoon geboren te werd. Zijn
doopinschrijving werd te Elsloo niet gevonden. Deze Gerardus is dus
Op 31 maart 1727 in leven en ongetwijfeld dezelfde als die in
bovenstaande acte van 23 juni 1721 genoemd werd. Uit de
verschiIIende actes kan men concluderen dat Geardus Detiege Senior
na de dood van zijn eerste vrouw Beatrix Deurlincx op 21 september
1715, hertrouwde voor 12 april 1717, (huwelijk niet te Elsloo) met
Johanna Weerens. Ook uit dit tweede huwelijk werden verschiIIende
kinderen te Elsloo geboren te. De kinderen uit Beatrix Deurlincx
erfden van hun grootvader Jan Deurlincx en later zal blijken dat de
stamvader van de huidige familie Detiger, genaamd Gijsbertus Detiege
eveneens,via zijn vader Gerardus Detiche (omstreeks 1702-1765)
getrouwd met Maria Wijnen ( 1707-1785) , erfgenaam van deze Jan
Deurlincx was. Op 7 juli 1721 blijkt Gerardus Detiege Senior nog
gehuwd te zijn met Johanna Weerens (Heerlijckheijt Elsloo dl. 39).
Tenslotte volgen nog een aantal gegevens die betrekking hebben op
Gijsbertus Detiege (generatie IV uit het bericht van december 1974).
Op
22 februari 1778 laten Piter Janssen en Anna Catharina Lemmens
echtgenoten te Elsloo, aldaar een acte inschrijven gedateerd Beek 22
februari 1778. Toen compareerde voor notaris Stijnen aldaar "Gijsbert
de Tijge oud omtrent 25 jaaren wonende als knegt op den hof tot
Ulestraten, denwelken verklaarde, bij wege van koop en verkoop, te
cederen, op- en over te dragen, een moeshoft gelegen binne Elsloo.
Reigenoten de weduwe WiIIem Janssen, voorhoofd de straat, groot 13
kleine roeden, zulx aan en in behoeve Peter Janssen in huwlijk met
Anna Catharina Lemmens, inwoonder tot Elsloo".
De
koopprijs bedroeg 84 gulden en 10 stuivers welk bedrag Gijsbert de
Tijge verklaarde te hebben ontvangen. Laatstgenoemde verklaarde dat
het betreffende land "aan hem in volle eigendom te behoren,
kragtens naasting of beschut, van `t verkoop, gedaan deur de
erfgenamen Jan Deurlings". (Heerlijckheijt Elsloo dl. 46)
Op
23 aug. 1786 compareerde voor notaris Joh. Piter Rooth te Beek
"den eersamen Gijsbertus de Tige corporaal in het Regiment Cavalerie
van den Heer Generaal Tuyl van Serooskerken, thans in garnisoen
houdende binnen de stad van Uytrecht". Hij verklaarde te hebben
verkocht aan WiIIem Pijls en vrouw "een stuk akkerland gelegen onder
den heuvel" te Elsloo, 101 kleine roeden, voor 300 gulden.
(Heerlijckheijt Elsloo dl. 46)
De
stamreeks van de familie Detiger moet thans ongetwijfeld luiden:
I.
Gerardus de Tiege, geboren omstreeks 1630, vermoedelijk provincie
Luik, 1664 - 1689 vermeld te Elsloo, begraven aldaar 1 januari 1689,
trouwde te omstreeks 1660 Margaretha de Baey, geboren te Elsloo
omstreeks 1638. overleden aldaar 23 februari 1708, dochter van
Gijsbertus de Baey.
II.
Gerardus Detiege, geboren omstreeks 1662 gegoed te Elsloo overleden
tussen 7 juli 1721 en 31 maart 1727. trouwde de 1e kee voor 15
februari 1696 met Beatrix Deurlincx overleden te Elsloo 21
september. 172, dochter van Jan Deurlincx; trouwde de 2e keer voor
29 juni 1717 met Johanna Weerens. overleden te na 4 juli 1723.
III.
Gerardus Detiche, geboren omstreeks 1702, begraven te Elsloo 3
januari 1765. trouwde aldaar op 11 november 1736 met Maria Wijnen,
geboren te Elsloo 24 september. 1707, overleden aldaar 18 december
1785, dochter van Franciscus en Cornelia Martens.
IV.
Gijsbertus Detiege, gedoopt in Elsloo 16 aug. 1753, 22 februari 1778
knecht "op den Hof" te Ulestraten (L. ), 23 maart 1786 "corporaal"
in het cavalerie regiment van generaal van Tuyl van Serooskerken;
zie verder bericht december 1974.
December 1975 |