Inleiding
Op
verzoek van de heer J. Detiger (IXa) te Rotterdam op werd een
genealogisch onderzoek ingesteld haar de afstamming van het geslacht
Detiger en tevens materiaal verzameld omtrent zijn zogenaamde
kwartierstaat. Op uitdrukkelijk verzoek werden de recente generaties
van de familie Detiger slechts fragmentarisch verzameld en in het
hierna volgende overzicht opgenomen.
In de
eerste plaats werden de Rooms Katholieke kerkboeken van Elsloo bij
de kerk ter plaatse op de dopen, huwelijken en overlijdensdata
doorgenomen. De doop inschrijvingen beginnen in het jaar 1651 en de
huwelijken in 1651 en de overlijdens of begraaf aantekeningen in
1658.
Verder werd een groot aantal protocollen uit het heerlijksheids
archief van Elsloo op het Rijksarchief van Limburg te Maastricht
geraadpleegd over de jaren 1612-1790. Verschillende aktes betrekking
hebbend op leden van de familie werden gevonden en overgenomen. De
gegevens uit de 19e en 20e eeuw werden geput uit de burgerlijke
stand registers en bevolkingsregisters.
Als
oudste voorvader van de tegenwoordige familie Detiger werd een
zekere Gerardus de Tiege gevonden. Deze zal omstreeks 1630 geboren
zijn. Vanaf 1664 kont hij te Elsloo voor alwaar hij op 1 januari
1689 werd begraven. Hij was getrouwd met Margaretha de Baey die te
Elsloo op zeventigjarige leeftijd op 23 Februari 1708 is overleden.
Zij was een dochter van Gijsbertus de Baey die te Elsloo gegoed was,
zijn docbter zal aldaar omstrecks 1638 geboren zijn. Toch werd het
huwelijk tussen Gerardus de Tiege (Detiche) en Margaretha de Baey
niet te Eloloo gesloten. Uitgaande van de bekende gegevens zullen
zij omstreeks 1660 elders getrouwd zijn.
De
familienaam werd vroeger op verschillende manieren geschreven. De
oudste vorm is De Tiege, verder kwam Detiege, Detige en Detiche
regelmatig voor. De vorm Detiger is dus duidelijk een verbastering
van de franse schrijfwijze "de Tiège". Blijkens de "Dictionnaire
Encyclopéedique de Géorgaphie Historique de Royaumè de Belgique"
komen er in het Franse taalgebied van België diverse plaatsen met de
naam Tige, le Tige, Tiges of Tiège voor, hoofdzakelijk in de
provincie Luik, maar eveneens in Henegouwen en Namen. Het ligt voor
de hand dat iemand met de familienaam De 'I'iège afkomstig is uit
een van die plaatsen en dat familiebetrekkingen tussen deze
naamgenoten dus niet zal bestaan.
Ook
in België bestaat een omvangrijke genealogische literatuur, hieruit
is gebleken dat de naam De Tiège en varianten hierop in Belgie
voorkwam en nog steeds voorkomt. De bekendste familie die werd
gevonden is ongetwijfeld gevestigd te Henri-Chapelle in de provincie
Luik. De stamvader van dat geslacht was Jean de Tiège die aldaar in
de jaren 1595-1686 woonachtig was en het ambt van drossaard
uitoefende. Nakomelingen van hem leven nog in het naburige
Welkenraedt o.a. mevrouw Marie de Tiège. Rue Mitoyenne 153· Bij een
bezoek aldaar bleek zij in het bezit van genealogische aantekening
omtrent haar geslacht te zijn.
Het
wapen van deze familie kan als volgt worden beschreven,
gevierendeeld:
-
In
blauw drie goudrn zespuntige sterren (1-2) vergezeld van een
zwart schildvoet.
-
In
rood een zilveren wereldbol, gekruist en omgord van goud.
-
In
zilver een gaande zwarte haan rood gekamt, gebekt en gepoot.
-
In
groen een gaande roodgetongde gouden leeuw.
-
Helmteken, een gouden uitkomende leeuw.
-
Dekkleden, niet gekleurd (of niet meer zichtbaar).
Dit
uit vier verschillende samengestelde wapen komt voor op een
schilderij uit 1908 nog thans in het bezit van de notaris familie De
Tiège te Welkenraedt, Waarschijnlijk was alleen het eerste kwartier
het oorspronkelijke wapen van de familie uit Henri-Chapelle, dus in
blauw drie gouden zespuntige sterren geplaatst 1-2, vergezeld van
een zwarte schildvoet.
Uit
een en ander lijkt het zeer aannemelijk dat de tegenwoordige uit
Elsloo stammende familie Detiger oorspronkelijk afkomstig is uit het
Land van Luik. Het onderzoek te Elsloo heeft echter geen
aanwijzingen opgeleverd naar de plaats van herkomst in Belgie. Zoals
reeds hierboven werd meegedeeld komt de fanilie vanaf 1664 te Elsloo
voor. Aanvankelijk zal men stellig nog niet veel bezitttingen aldaar
hebben gehad. Een aanwijzing hiervoor is stellig de omstandigheid
dat de eerste akte vanaf 1612 in het geraadpleegde
heerlijkheidsarchief, waarin een zekere Jan de Tiege voorkomt,
gedateerd is op 9 Januari 1699. Op deze datum compareert voor
schepenen van de Vrijheerlijckheijt Elsloo:
"Jan de Tiege
neederlegende deese naervolgende acte, en versoeckende deselve
volgens coustuyme van deesen gerechte, vernieuwet ende gerealiseer
te worden. Hetwelcke hem uyt crachte van de generaele constitutie
daerbij vervatt salvo jure cuius libet is worden verleent en in
hoeden van recht gekeert.
Ick
ondergeschreven Hendrick Ghijssen bekenne op en overgedragen te
hebben aan mijnen neve Jan de Tiege 53 ½ cleen roeden landt,
geleegen in de Geuens Delle, reijgenoot ter eenre Jan Broerens, ende
ter andere Jan Heijnen. Voor een sommae van hondertacht gulden".
"Van welcken coopprijs oock bekenne tot mijn vergenoegen voldaen
ende betaelt te wese, en surrogere dienvolgens mijnen voorssegden
neve, sijne tégenwoordighe huijsvrouwe en haerer beijde rechte
lijffs erven overal in mijne plaetse recht ende gerechtheijt". (Heerlijkheid
Elsloo nr.37)
Deze Jan de Tiege is ongetwijfeld identiek met Joannes Detiche
(1664-1722) de man die in 1697 met Cornelia Brorens trouwde.
Hendrick Ghijssen (de Baey) van wie hij de 53 ½ roeden land kocht,
zal zijn oom en broer van zijn moeder Margaretha de Baey geweest
zijn.
Op
13 Juni 1718 compareerde voor notkris F.B.Demelinne te Maastricht
"den eersamen Jan de Tiege inwoonder van Elsloo". Hij was getrouwd
met Cornelia Broerens (Brorens). Er werd een lening groot
vierhonderd gulden gesloten met Jan Deur. Tot onderpand stelde Jan
de Tiege "sijn huya ende hoff binnen Elsloo voorsegt, gelegen
reijgenoot ter eenre de heer graeff van Arberg en ter andere seijde
de Maese", alsmede zijn verdere bezittingen. (Heerlijkeid Elsloo
nr.39 dd.27 juni 1718)
Voor
de stamreeks van de familie Detiger zijn verder de navolgende aktes
van belang:
Op 27 januari 1713 compareerde te Elsloo "den
eersamen Gerard de Tiege in ehestoel doenmaals met Beatrix Deurlinx".
Hij had omtrent augustus 1711 van Lambrecht Fransen weduwnaar en
borge te Elsloo "een stuck weijde, nu landt groot sesennegentig
roeden" gelegen onder Elsloo, gekocht.
Hij accepteerde dit
land voor zichzelf en voor zijn weeskinderen.
(Heerlijkheid
Elsloo nr.39)
Op 9
sept.1715 compareerde "de eersame" Gerard de Tiege in woner van
Elsloo. Hij verklaarde ten zijnen laste te nemen een
schuldbekentenis groot driehonderd gulden, zijnde geleend geld' door
"den eersamen" Jan Deurlinx uit Elsloo. Laatstgenoemde had dit geld
op 31 maart 1705 ontvangen van Juffrouw Magdalena Jaspers te
Maastricht. Tot onderpand voor deze schuld werden een aantal
weilanden gesteld. (Heerlijkheid Elsloo nr.39)
Op 12
april 1717 compareert te Elsloo Gerard de Tiege "in ehestoel met
Jenne Werens". Hij leent dan tweehonderd gulden. Tot onderpand
worden dan verschillende landerijen met toestemming van zijn
kinderen (kennelijk moederlijk erfgoed afkomstig van hun grootvader
Jan Deurlincx) gesteld; (Heerlijkheid Elsloo nr.39)
Voor
schepenen van Elsloo compareerden op 23 juni 1721 "Gerard de Tiche
en Gerard de Tiche den jongen sijne neve (in de kanttekening bij
deze akte "sijn sone" genoemd, een van deze genoemde relaties is dus
de juiste, vermoedelijk de vermelding in de akte zelf als neef),
dewelcke verclaeren bij titule van wettige coop overgedraegen,
gecedeert ende getransporteert te hebben, gelijk sij doen mits desen
tot oirbaer profijt ende in behoeve van Dirck Lebens sittende in
ehestoel met Mechteld Beijs ende haerder beijder lijffserven, een
huys, hoff en aben dependentie van dyen, gelegen op den berg,
reijgenden ter eenre Mattijs Roch ter andere de erffgenamen Joan
Deurlinx". De verkoopprijs bedroeg 160 gulden. (Heerlijkheid Elsloo
nr.39)
"Op
heden den 31 meert 1727 ten overstaan van Johannes Fredrix, Joes
Tossaint ende den licentiact B.F.Huberti, respectievelijk schepenen
en secretaris deser baronie Elsloo, sijn gecompareert Maria Detiege
oudt 32 jaeren, Gisbertus Detiege oudt 28 jaeren, Johannes Detiege
oudt 27 jaren ende Gerardus Detiege oudt ontrent de 25 jaeren.
Doende visie van eene volmacht door haaren broeder Christiaan oudt
24 jaaren geschreven en op haar luydende. Ende haar fort en sterck
maeckende voor
haare
onmundige susters Beatrix ends Elisabeth beijde absent, dear voor
caveerende mits desen. Alle kinderen van wijlen Gerardus Detiege
ende Beatrix Deurlincx". Deze personen verkopen uit het bezit van
wijlen hun grootvader Jan Deurlincx aan Hendrik Martens en vrouw
Catharina Willems "een stuck ackerlants gelegen int kuyltgen int
Ambostervelt". (Heerlijkheid Elsloo nr.41)
Vooral de laatste akte is voor de genealogie Detiger van belang,
omdat hieruit blijkt dat uit Gerardus Detiege en Beatrix Deurlincx
omstreeks 1702 een zoon Gerardus geboren werd. Zijn doopinschrijving
werd te Elsloo niet gevonden. Uit de verschillende aktes kan men
concluderen dat Gerardus Detiege Senior na de dood van Beatrix
Deurlincx (+ Eloloo 21 Sept.1712) hertrouwde Deze vrouw was Johanna
Weerens uit welk huwelijk eveneens kinderen te Elsloo werden
geboren.
Ten
slotte volgen nog een tweetal aktes die betrekking hebben op de
voorvader Gijsbertus Detiege (generatie IV uit de genealogie, de man
die naar Utrecht trok):
Op 22 februari
1778 laten Pieter Janssen en Anna Catharina Lemmens echtgenoten
woonachtig te Elsloo aldaar een akte inschrijven gedateerd 22
februari 1778 en verleden voor de notaris J.Stijnen te Beek. Toen
compareerde "Gijsbert de Tijge oud omtrent 25 jaaren wonende als
knegt op 'den hof tot Ulestraten, denwelken verklaarde bij wege van
koop en verkoop te cederen op- en over te dragen een moeshoft
gelegen binnen Elsloo. Reisgenoten de weduwe Willem Janssen,
voorhoofd de straat, groot 13 kleine roeden. Zulx aan en in behoere
van Peter Janssen in huwlijk met Anna Catharina Lemmens, inwoonder
tot Elsloo". De koopprijs bedroeg 84 gulden en 10 stuivers
welkbedrag Gijsbert de Tijge verklaarde te hebben ontvangen.
Laatstgenoemde verklaarde dat het betreffende land "aan hem in volle
eigendom te behoren, kragtens naastig of beschut van 't verkoop
gedaan deur de erfgenamen Jan Deurlings". (Heerlijkheid Elsloo
nr.46)
Op 23 auguntus
1786 compareerde voor de notaris J.P. Rooth te Beek "den eerzamen
Gijsbertus de Tige corporaal in het regiment cavallerie van den heer
generaal Tuyl van Serooskerken, thans in guarnisoen houdende binnen
de stad van Utrecht". Hij verklaarde te hebben verkocht aan Willem
Pijls en vrouw "een stuk akkerland gelegen onder den heuvel" te
Elsloo, groot 101 kleine roeden, voor 300 gulden. (Heerlijkheid
Elsloo nr.46)
Oktober 1976