Rooms Katholiek Elsloo

 
 Main
 1976 - Chart
 

Inleiding 

Op verzoek van de heer J. Detiger (IXa) te Rotterdam op werd een genealogisch onderzoek ingesteld haar de afstamming van het geslacht Detiger en tevens materiaal verzameld omtrent zijn zogenaamde kwartierstaat. Op uitdrukkelijk verzoek werden de recente generaties van de familie Detiger slechts fragmentarisch verzameld en in het hierna volgende overzicht opgenomen.

In de eerste plaats werden de Rooms Katholieke kerkboeken van Elsloo bij de kerk ter plaatse op de dopen, huwelijken en overlijdensdata doorgenomen. De doop inschrijvingen beginnen in het jaar 1651 en de huwelijken in 1651 en de overlijdens of begraaf aantekeningen in 1658.

  Verder werd een groot aantal protocollen uit het heerlijksheids archief van Elsloo op het Rijksarchief van Limburg te Maastricht geraadpleegd over de jaren 1612-1790. Verschillende aktes betrekking hebbend op leden van de familie werden gevonden en overgenomen. De gegevens uit de 19e en 20e eeuw werden geput uit de burgerlijke stand registers en bevolkingsregisters.

  Als oudste voorvader van de tegenwoordige familie Detiger werd een zekere Gerardus de Tiege gevonden. Deze zal  omstreeks 1630 geboren zijn. Vanaf 1664 kont hij te Elsloo voor alwaar hij op 1 januari 1689 werd begraven. Hij was getrouwd met Margaretha de Baey die te Elsloo op zeventigjarige leeftijd op 23 Februari 1708 is overleden. Zij was een dochter van Gijsbertus de Baey die te Elsloo gegoed was, zijn docbter zal aldaar omstrecks 1638 geboren zijn. Toch werd het huwelijk tussen Gerardus de Tiege (Detiche) en Margaretha de Baey niet te Eloloo gesloten. Uitgaande van de bekende gegevens zullen zij omstreeks 1660 elders getrouwd zijn.

  De familienaam werd vroeger op verschillende manieren geschreven. De oudste vorm is De Tiege, verder kwam Detiege, Detige en Detiche regelmatig voor. De vorm Detiger is dus duidelijk een verbastering van de franse schrijfwijze "de Tiège". Blijkens de "Dictionnaire Encyclopéedique de Géorgaphie Historique de Royaumè de Belgique" komen er in het Franse taalgebied van België diverse plaatsen met de naam Tige, le Tige, Tiges of Tiège voor, hoofdzakelijk in de provincie Luik, maar eveneens in Henegouwen en Namen. Het ligt voor de hand dat iemand met de familienaam De 'I'iège afkomstig is uit een van die plaatsen en dat familiebetrekkingen tussen deze naamgenoten dus niet zal bestaan.

 Ook in België bestaat een omvangrijke genealogische literatuur, hieruit is gebleken dat de naam De Tiège en varianten hierop in Belgie voorkwam en nog steeds voorkomt. De bekendste familie die werd gevonden is ongetwijfeld gevestigd te Henri-Chapelle in de provincie Luik. De stamvader van dat geslacht was Jean de Tiège die aldaar in de jaren 1595-1686 woonachtig was en het ambt van drossaard uitoefende. Nakomelingen van hem leven nog in het naburige Welkenraedt o.a. mevrouw Marie de Tiège. Rue Mitoyenne 153· Bij een bezoek aldaar bleek zij in het bezit van genealogische aantekening omtrent haar geslacht te zijn.

  Het wapen van deze familie kan als volgt worden beschreven, gevierendeeld:

  • In blauw drie goudrn zespuntige sterren (1-2) vergezeld van een zwart schildvoet.
  • In rood een zilveren wereldbol, gekruist en omgord van goud.
  • In zilver een gaande zwarte haan rood gekamt, gebekt en gepoot.
  • In groen een gaande roodgetongde gouden leeuw.
  • Helmteken, een gouden uitkomende leeuw.
  • Dekkleden, niet gekleurd (of niet meer zichtbaar).

Dit uit vier verschillende samengestelde wapen komt voor op een schilderij uit 1908 nog thans in het bezit van de notaris familie De Tiège te Welkenraedt, Waarschijnlijk was alleen het eerste kwartier het oorspronkelijke wapen van de familie uit Henri-Chapelle, dus in blauw drie gouden zespuntige sterren geplaatst 1-2, vergezeld van een zwarte schildvoet.

  Uit een en ander lijkt het zeer aannemelijk dat de tegenwoordige uit Elsloo stammende familie Detiger oorspronkelijk afkomstig is uit het Land van Luik. Het onderzoek te Elsloo heeft echter geen aanwijzingen opgeleverd naar de plaats van herkomst in Belgie. Zoals reeds hierboven werd meegedeeld komt de fanilie vanaf 1664 te Elsloo voor. Aanvankelijk zal men stellig nog niet veel bezitttingen aldaar hebben gehad. Een aanwijzing hiervoor is stellig de omstandigheid dat de eerste akte vanaf 1612 in het geraadpleegde heerlijkheidsarchief, waarin een zekere Jan de Tiege voorkomt, gedateerd is op 9 Januari 1699. Op deze datum compareert voor schepenen van de Vrijheerlijckheijt Elsloo:

"Jan de Tiege neederlegende deese naervolgende acte, en versoeckende deselve volgens coustuyme van deesen gerechte, vernieuwet ende gerealiseer te worden. Hetwelcke hem uyt crachte van de generaele constitutie daerbij vervatt salvo jure cuius libet is worden verleent en in hoeden van recht gekeert.

Ick ondergeschreven Hendrick Ghijssen bekenne op en overgedragen te hebben aan mijnen neve Jan de Tiege 53 ½ cleen roeden landt, geleegen in de Geuens Delle, reijgenoot ter eenre Jan Broerens, ende ter andere Jan Heijnen. Voor een sommae van hondertacht gulden". "Van welcken coopprijs oock bekenne tot mijn vergenoegen voldaen ende betaelt te wese, en surrogere dienvolgens mijnen voorssegden neve, sijne tégenwoordighe huijsvrouwe en haerer beijde rechte lijffs erven overal in mijne plaetse recht ende gerechtheijt". (Heerlijkheid Elsloo nr.37)

  Deze Jan de Tiege is ongetwijfeld identiek met Joannes Detiche (1664-1722) de man die in 1697 met Cornelia Brorens trouwde. Hendrick Ghijssen (de Baey) van wie hij de 53 ½ roeden land kocht, zal zijn oom en broer van zijn moeder Margaretha de Baey geweest zijn.

  Op 13 Juni 1718 compareerde voor notkris F.B.Demelinne te Maastricht "den eersamen Jan de Tiege inwoonder van Elsloo". Hij was getrouwd met Cornelia Broerens (Brorens). Er werd een lening groot vierhonderd gulden gesloten met Jan Deur. Tot onderpand stelde Jan de Tiege "sijn huya ende hoff binnen Elsloo voorsegt, gelegen reijgenoot ter eenre de heer graeff van Arberg en ter andere seijde de Maese", alsmede zijn verdere bezittingen. (Heerlijkeid Elsloo nr.39 dd.27 juni 1718)

Voor de stamreeks van de familie Detiger zijn verder de navolgende aktes van belang:

Op 27 januari 1713 compareerde te Elsloo "den eersamen Gerard de Tiege in ehestoel doenmaals met Beatrix Deurlinx". Hij had omtrent augustus 1711 van Lambrecht Fransen weduwnaar en borge te Elsloo "een stuck weijde, nu landt groot sesennegentig roeden" gelegen onder Elsloo, gekocht. Hij accepteerde dit land voor zichzelf en voor zijn weeskinderen. (Heerlijkheid Elsloo nr.39)

Op 9 sept.1715 compareerde "de eersame" Gerard de Tiege in woner van Elsloo. Hij verklaarde ten zijnen laste te nemen een schuldbekentenis groot driehonderd gulden, zijnde geleend geld' door "den eersamen" Jan Deurlinx uit Elsloo. Laatstgenoemde had dit geld op 31 maart 1705 ontvangen van Juffrouw Magdalena Jaspers te Maastricht. Tot onderpand voor deze schuld werden een aantal weilanden gesteld. (Heerlijkheid Elsloo nr.39)

Op 12 april 1717 compareert te Elsloo Gerard de Tiege "in ehestoel met Jenne Werens". Hij leent dan tweehonderd gulden. Tot onderpand worden dan verschillende landerijen met toestemming van zijn kinderen (kennelijk moederlijk erfgoed afkomstig van hun grootvader Jan Deurlincx) gesteld; (Heerlijkheid Elsloo nr.39)

Voor schepenen van Elsloo compareerden op 23 juni 1721 "Gerard de Tiche en Gerard de Tiche den jongen sijne neve (in de kanttekening bij deze akte "sijn sone" genoemd, een van deze genoemde relaties is dus de juiste, vermoedelijk de vermelding in de akte zelf als neef), dewelcke verclaeren bij titule van wettige coop overgedraegen, gecedeert ende getransporteert te hebben, gelijk sij doen mits desen tot oirbaer profijt ende in behoeve van Dirck Lebens sittende in ehestoel met Mechteld Beijs ende haerder beijder lijffserven, een huys, hoff en aben dependentie van dyen, gelegen op den berg, reijgenden ter eenre Mattijs Roch ter andere de erffgenamen Joan Deurlinx". De verkoopprijs bedroeg 160 gulden. (Heerlijkheid Elsloo nr.39)

"Op heden den 31 meert 1727 ten overstaan van Johannes Fredrix, Joes Tossaint ende den licentiact B.F.Huberti, respectievelijk schepenen en secretaris deser baronie Elsloo, sijn gecompareert Maria Detiege oudt 32 jaeren, Gisbertus Detiege oudt 28 jaeren, Johannes Detiege oudt 27 jaren ende Gerardus Detiege oudt ontrent de 25 jaeren. Doende visie van eene volmacht door haaren broeder Christiaan oudt 24 jaaren geschreven en op haar luydende. Ende haar fort en sterck maeckende voor

haare onmundige susters Beatrix ends Elisabeth beijde absent, dear voor caveerende mits desen. Alle kinderen van wijlen Gerardus Detiege ende Beatrix Deurlincx". Deze personen verkopen uit het bezit van wijlen hun grootvader Jan Deurlincx aan Hendrik Martens en vrouw Catharina Willems "een stuck ackerlants gelegen int kuyltgen int Ambostervelt". (Heerlijkheid Elsloo nr.41)

  Vooral de laatste akte is voor de genealogie Detiger van belang, omdat hieruit blijkt dat uit Gerardus Detiege en Beatrix Deurlincx omstreeks 1702 een zoon Gerardus geboren werd. Zijn doopinschrijving werd te Elsloo niet gevonden. Uit de verschillende aktes kan men concluderen dat Gerardus Detiege Senior na de dood van Beatrix Deurlincx (+ Eloloo 21 Sept.1712) hertrouwde Deze vrouw was Johanna Weerens uit welk huwelijk eveneens kinderen te Elsloo werden geboren.

  Ten slotte volgen nog een tweetal aktes die betrekking hebben op de voorvader Gijsbertus Detiege (generatie IV uit de genealogie, de man die naar Utrecht trok):

Op 22 februari 1778 laten Pieter Janssen en Anna Catharina Lemmens echtgenoten woonachtig te Elsloo aldaar een akte inschrijven gedateerd 22 februari 1778 en verleden voor de notaris J.Stijnen te Beek. Toen compareerde "Gijsbert de Tijge oud omtrent 25 jaaren wonende als knegt op 'den hof tot Ulestraten, denwelken verklaarde bij wege van koop en verkoop te cederen op- en over te dragen een moeshoft gelegen binnen Elsloo. Reisgenoten de weduwe Willem Janssen, voorhoofd de straat, groot 13 kleine roeden. Zulx aan en in behoere van Peter Janssen in huwlijk met Anna Catharina Lemmens, inwoonder tot Elsloo". De koopprijs bedroeg 84 gulden en 10 stuivers welkbedrag Gijsbert de Tijge verklaarde te hebben ontvangen. Laatstgenoemde verklaarde dat het betreffende land "aan hem in volle eigendom te behoren, kragtens naastig of beschut van 't verkoop gedaan deur de erfgenamen Jan Deurlings". (Heerlijkheid Elsloo nr.46)

Op 23 auguntus 1786 compareerde voor de notaris J.P. Rooth te Beek "den eerzamen Gijsbertus de Tige corporaal in het regiment cavallerie van den heer generaal Tuyl van Serooskerken, thans in guarnisoen houdende binnen de stad van Utrecht". Hij verklaarde te hebben verkocht aan Willem Pijls en vrouw "een stuk akkerland gelegen onder den heuvel" te Elsloo, groot 101 kleine roeden, voor 300 gulden.  (Heerlijkheid Elsloo nr.46)

Oktober 1976

 
   ©Copyright DETIGER Free web templates by MyFreeTemplates.com